Peter Arts: ‘De overname hoefde niet aan de grote klok’

ma 10 aug, 10:26 Interview
Foto: Ad van de Graaf
Afbeelding

Peter Arts nam twee jaar geleden een ingrijpend besluit: hij verkocht zijn bedrijf Instra Bedrijfswageninrichting aan een grote mobiliteitsspecialist uit de regio. Daarmee brak na 33 jaar een nieuwe fase aan voor het Udense bedrijf én voor Peter zelf. Hij begon ooit een eenmanszaak vanuit huis en bouwde Instra uit tot een top drie-speler in bedrijfswageninrichting van Nederland. Na de verkoop bleef Peter aan als algemeen directeur. In oktober neemt hij definitief afscheid en nemen de bedrijfsleiders zijn verantwoordelijkheden over.

Ervoor gaan
“Het idee om een bedrijf in bedrijfswageninrichting te starten ontstond toen ik bij mijn vorige werkgever zag hoe lang het duurde voordat bedrijfswagens ingericht waren. In die tijd waren er bijna geen specialisten op dat gebied. Ik wilde altijd al voor mezelf beginnen en ik greep mijn kans. Ik startte mijn bedrijf in 1991, gewoon thuis bij mijn ouders in Zeeland. Eenmaal begonnen was dat spannend, maar ging ik er gewoon voor. Ik bezocht beurzen en legde contacten met potentiële klanten. In het begin stapte ik soms met lood in de schoenen ergens binnen, maar uiteindelijk kwamen de eerste klanten vanzelf.”

Steeds verder groeien
“Vier jaar lang heb ik vanuit huis gewerkt. In 1995 verhuisden we naar een bedrijfspand in Zeeland. Rond 2015 wonnen we een grote aanbesteding en toen ging de groei nog harder. Op een gegeven moment monteerden we op meerdere locaties tegelijk en hadden overal voertuigen staan. Daarom zijn we in 2018 naar Jagersveld in Uden verhuisd. Ook hier groeiden we snel verder. Enkele jaren geleden verhuisden we naar de huidige vestiging, schuin tegenover het oude pand. Inmiddels hebben we verspreid over verschillende locaties zo’n tweehonderd voertuigen klaarstaan om omgebouwd te worden.”

Maatwerk als kracht
“Wat wij doen met Instra blijft echt maatwerk. De ene bus kost een paar uur werk, de andere veertig tot tachtig uur. Alles wordt hier uitgewerkt door engineering, tot op de boutjes en moertjes nauwkeurig. We werken onder meer voor installateurs, nutsbedrijven en grote landelijke organisaties. Daarnaast hebben we een aparte tak in rouwvervoer opgebouwd. Deze bedrijfstak is ooit begonnen toen we een opdracht van  een lokale rouwondernemer in de wacht sleepten en is later steeds verder gegroeid. In Nederland hebben we inmiddels ongeveer tachtig procent van de markt van overbrengvoertuigen in handen.”

Caromi als aanvulling
“Ondertussen had ik in 2002 nog een bedrijf opgericht: Caromi, wat staat voor Carrosserie Ombouw- en Inbouwproducten. Caromi, nog steeds gevestigd in Zeeland, produceert eigenlijk de basisproducten die wij bij Instra weer inbouwen. Denk aan vloeren, zijwanden, tussenwanden en speciale interieurdelen voor bedrijfswagens. In eerste instantie deden we dat vooral voor onszelf, maar ondertussen leveren we ook aan andere bedrijven in de branche. Daardoor kregen we veel meer controle over kwaliteit, levertijden en flexibiliteit.”

Team bij elkaar houden
“Het ondernemerschap gaat niet altijd over rozen. Zo was de crisis van 2008 en 2009 een moeilijke periode. Binnen een half jaar viel de omzet flink terug. Het was toen zo rustig op de werkvloer dat personeel me vroeg of ze hun baan zouden houden. Maar heb bewust niemand naar huis gestuurd. Goede mensen opleiden kost jaren en als het weer aantrekt ben je ze kwijt. Ook tijdens corona hadden we last van stilvallende voertuigproductie. Gelukkig hadden we met Caromi nog andere werkzaamheden lopen. Via via kwamen we toen in een traject terecht waarbij onderdelen voor ASML gemaakt werden. Daardoor konden we mensen toch aan het werk houden. Dat soort periodes zijn spannend, want je weet nooit hoe lang het duurt. Ook toen heb ik alles op alles gezet om het personeel bij elkaar te houden.”

Nadenken over de toekomst
“In mei 2024 heb ik Instra en Caromi verkocht aan een grote regionale mobiliteitsspecialist. Dat was geen gemakkelijk besluit. Maar mijn dochters hadden geen interesse om het bedrijf over te nemen en dan ga je toch nadenken over de toekomst. Niet omdat ik het niet meer leuk vind, integendeel. Maar je moet jezelf ook afvragen: wanneer is het juiste moment om te verkopen? Ik voel me verantwoordelijk voor het personeel - inmiddels 62 man - en wilde zorgen dat het bedrijf goed verder kon. Voor mij ging het niet alleen om cijfers. Ik wilde geen partij die alleen rendement wilde maken om het daarna weer door te verkopen. Het moest een partij zijn die goed met mensen omgaat en die begrijpt wat Instra is. Ik stelde harde eisen: de naam moest blijven bestaan, het personeel moest blijven en we moesten zelfstandig kunnen blijven werken.”

Bewust geen ruchtbaarheid
“We hebben de overname bewust niet groot naar buiten gebracht. Wij werken met veel verschillende importeurs en merken. Dan wil je niet ineens een stempel opgeplakt krijgen. Daarom hebben we gezegd: laat Instra gewoon Instra blijven. Inmiddels zijn we twee jaar verder en eigenlijk is er weinig veranderd. Dat bevestigt voor mij dat het de juiste keuze is geweest. Onderdeel van de overname was ook dat we een vestiging in Den Bosch erbij kregen. Daar runde de overnamepartij al een klein inbouwstation. Inmiddels draait dat ook onder de naam Instra.”

Langzaam afbouwen
“Ik word dit jaar zestig en werk nu nog drie dagen per week. Eind oktober stop ik met mijn verantwoordelijkheden binnen het bedrijf. Dat voelt bijzonder, na 35 jaar ondernemen. Maar het geeft ook rust dat het bedrijf goed doordraait. We hebben een sterk team opgebouwd en we halen mooie nieuwe opdrachten binnen. Ik kan Instra met een gerust hart verlaten. En wat ik na mijn afscheid ga doen? Dat weet ik nog niet helemaal zeker. Maar stilzitten...dat past niet echt bij mij. Ik denk dat ik hier en daar nog best wat bedrijven of projecten kan helpen met mijn ervaring. Alleen niet meer zeven dagen per week...”

Afbeelding
Afbeelding